print

Hoe verloopt de kennelijk onredelijk ontslag procedure?

Elke werknemer waarvan het dienstverband is opgezegd kan overwegen om via de kennelijk onredelijk ontslagprocedure alsnog een ontslagvergoeding te claimen. De procedure moet uiterlijk binnen zes maanden na de ontslagdatum gestart worden.

De vraag of een dergelijke procedure kans van slagen heeft hangt af van een aantal factoren.

De procedure begint met een dagvaarding die door de (advocaat van de) werknemer via een deurwaarder officieel bij de werkgever wordt uitgebracht. Een dagvaarding is een document waarmee de gedaagde partij (de werkgever) wordt opgeroepen om op een bepaalde datum te reageren op de eisen van de werknemer. In de dagvaarding staat tevens omschreven waarom de werknemer van mening is dat het aan hem gegeven ontslag kennelijk onredelijk is. Ook vermeldt de dagvaarding op welke ontslagvergoeding de werknemer aanspraak maakt.

De werkgever zal in principe vier weken later schriftelijk kunnen reageren op de dagvaarding van de werknemer. De reactie van de werkgever wordt ook wel conclusie van antwoord genoemd.

Vervolgens zal de rechtbank bepalen hoe de procedure verder verloopt. Een paar veel voorkomende mogelijkheden:

  • de rechter bepaalt dat partijen hun standpunten mondeling bij de rechtbank moeten komen toelichten
  • de rechter bepaalt dat er nog een schriftelijke ronde komt
  • de rechter doet gelijk uitspraak in de vorm van een eindvonnis

Het is vrij gebruikelijk dat er na een of twee schriftelijke rondes een mondelinge behandeling bepaald wordt. Dit wordt ook wel een comparitie genoemd. Tijdens deze mondelinge behandeling krijgen (de advocaten van) de werkgever en de werknemer de kans om hun standpunten nog eens mondeling toe te lichten. Vaak zal de rechter ook een aantal vragen hebben. De rechter zal ook onderzoeken in hoeverre partijen nog bereid zijn om een schikking te treffen.

Als de werkgever en de werknemer tijdens de mondelinge behandeling niet tot overeenstemming komen, dan zal de rechter een einduitspraak doen. Deze uitspraak volgt meestal enkele weken na de mondelinge behandeling. De uitspraak wordt dan schriftelijk en gelijktijdig aan de (advocaten van de) werkgever en de werknemer gezonden.

De totale duur van deze procedure bedraagt al gauw zes tot negen maanden.
Degene die het niet eens is met het eindvonnis, kan hiertegen in hoger beroep. Dit beroep moet uiterlijk binnen drie maanden na het eindvonnis worden ingesteld bij het gerechtshof.

« Terug naar overzicht artikelen