print

Hoe verloopt een ontslagprocedure (ontbindingsprocedure) bij de kantonrechter?

Een ontslagprocedure bij de kantonrechter, ook wel ontbindingsprocedure genoemd, verloopt in feite in twee fasen: een schriftelijk fase gevolgd door een mondelinge fase.

Schriftelijke fase


De ontslagprocedure bij de kantonrechter begint met het indienen van een ontslagaanvraag, het zogenaamde ontbindingsverzoek. Dit verzoekschrift is een schriftelijk stuk, vaak voorzien van een aantal bijlagen. Het verzoekschrift wordt over het algemeen ingediend door de werkgever, maar ook een werknemer kan besluiten om een ontslagverzoek in te dienen.

De rechtbank zal het verzoekschrift binnen enkele dagen doorsturen aan de tegenpartij (meestal de werknemer) met het verzoek aan deze partij om door middel van een verweerschrift te reageren. In het algemeen krijgt de verwerende partij hier enkele weken de tijd voor.

Een werknemer zal meestal in het verweerschrift aangeven dat hij het niet eens is met de aangevoerde ontslaggrond(en). Vaak vraagt de werknemer aan de kantonrechter om het verzoekschrift van de werkgever af te wijzen. Toch staat er in het verweerschrift bijna altijd wel een passage waarin de rechter gevraagd wordt om een bepaalde ontslagvergoeding vast te stellen in het geval de rechter toch besluit om het arbeidscontract te ontbinden. In de praktijk wordt een ontslagverzoek namelijk veel vaker toe- dan afgewezen.

De rechtbank zal vervolgens een datum bepalen waarop een zitting zal plaatsvinden. Deze zitting wordt ook wel mondelinge behandeling genoemd.

Het verzoekschrift en het verweerschrift worden meestal opgesteld door de juridische adviseur van de werkgever respectievelijk de werknemer. Hoewel geen van beide partijen verplicht is om zich tijdens deze ontslagprocedure door een advocaat of andere juridische adviseur te laten bijstaan, is dit wel gebruikelijk.

Mondelinge fase

Ongeveer vier tot zes weken nadat het verzoekschrift tot ontbinding is ingediend, zal de rechtbank een zitting (mondelinge behandeling) bepalen. Dit betekent dat beide partijen, vaak vergezeld van hun juridische adviseurs, bij de kantonrechter moeten komen. Beide partijen krijgen dan de gelegenheid om hun standpunten nog eens mondeling toe te lichten en te reageren op de argumenten van de andere partij.

Hoewel elke kantonrechter zelf het verloop van deze mondelinge behandeling bepaalt, ziet dit verloop er vaak als volgt uit.

Eerst krijgt de juridische adviseur van de verzoekende partij (meestal de werkgever) het woord en mag hij of zij het verzoekschrift toelichten en reageren op het verweerschrift van de werknemer. Het komt regelmatig voor dat deze adviseur een zogenaamde pleitnota heeft opgesteld die door hem of haar wordt voorgedragen.

Daarna is het woord aan de juridische adviseur van de verwerende partij (meestal de werknemer). Ook die zal proberen zijn of haar eigen argumenten nog eens te benadrukken en de kantonrechter te overtuigen van het gelijk van de werknemer.

Nadat beide juridische adviseurs het woord hebben gehad, zal de kantonrechter vaak nog een aantal vragen hebben. De rechter kan deze vragen ook rechtstreeks aan de werkgever of de werknemer stellen.

De gang op


Het komt regelmatig voor dat de kantonrechter beide partijen vervolgens letterlijk de gang op stuurt en hen de opdracht meegeeft om toch vooral te proberen tot een schikking te komen. De rechter zal in dat geval meestal wel aangeven hoe hij of zij tegen de zaak aankijkt. Als partijen het op de gang eens worden, dan wordt de rechter vervolgens geïnformeerd dat hij geen uitspraak meer hoeft te doen en dat de zaak daarmee afgewikkeld is. Komen partijen op de gang niet tot een vergelijk, dan wordt de zitting meestal voortgezet.

De beschikking


De rechter zal na enkele slotvragen de zitting meestal sluiten. Het is gebruikelijk dat de werknemer daarbij nog het laatste woord krijgt. Vervolgens zal de rechter aangeven dat hij over enkele weken een schriftelijke uitspraak zal doen. Deze uitspraak, officieel beschikking genoemd, wordt door de rechtbank aan de juridische adviseurs van beide partijen gestuurd.

In deze beschikking staat dan vermeld of de arbeidsovereenkomst ontbonden wordt en zo ja, per wanneer. Ook zal bij een ontbinding van de arbeidsovereenkomst worden aangegeven of de werknemer recht heeft op een ontslagvergoeding en zo ja, hoe hoog deze vergoeding is.

Geen hoger beroep tegen ontslagbesluit


Tegen deze beschikking kan geen hoger beroep worden ingesteld. Als de rechter besluit om de werknemer een ontslagvergoeding toe te kennen, zal de werkgever nog wel de gelegenheid krijgen om het ontslagverzoek alsnog in te trekken. Een werkgever kan van deze bevoegdheid gebruik maken als hij de ontslagvergoeding te hoog vindt. In dat geval zal de arbeidsovereenkomst met de werknemer uiteraard wel in stand blijven. De rechter bepaalt in de beschikking hoeveel tijd de werkgever heeft om zijn ontslagverzoek eventueel nog in te trekken. Meestal bedraagt deze termijn slechts enkele dagen.

Let op! Als u statutair-directeur bent, dan zal een eventuele ontbindingsprocedure niet behandeld worden door de kantonrechter, maar door de rechtbank. De hierboven beschreven procedure wijkt echter inhoudelijk niet af van de ontbindingsprocedure die geldt voor de gewone werknemer.

« Terug naar overzicht artikelen