Wanneer kan ik als directeur wegens een bedrijfseconomische reden ontslagen worden?
Bij een ontslag van een (statutair-)directeur in combinatie met een bedrijfseconomische reden kan er sprake zijn van twee situaties:- Vanwege een bedrijfseconomische reden komt uw positie als directeur te vervallen. Dit zal bijvoorbeeld het geval kunnen zijn als er meerdere directiefuncties zijn en uw functie boventallig raakt.
- Vanwege een bedrijfseconomische reden hebben de werkgever of aandeelhouders geen vertrouwen meer in uw functioneren. Mogelijk nemen zij u de slechte financiële situatie zelfs kwalijk. In deze situatie is in feite sprake van ontslag wegens een vertrouwensbreuk.
Als het gaat om het vervallen van uw functie dan zal uw werkgever in principe aan drie voorwaarden moeten voldoen: een bedrijfseconomische reden aanvoeren, het afspiegelingsbeginsel correct toepassen (als er sprake is van een uitwisselbare functie) en invulling geven aan de zogenaamde herplaatsingsinspanning.
1. Bedrijfseconomische reden
In de eerste plaats zal uw werkgever aannemelijk moeten kunnen maken dat er sprake is van een bedrijfseconomische reden. Dat kan bijvoorbeeld een verliesgevende situatie zijn, maar ook een bedrijfsverhuizing of het outsourcen van werkzaamheden.
2. Afspiegelingsbeginsel
Uw werkgever kan niet zelf bepalen wie er wel en wie er niet ontslagen moet worden. Daarvoor geldt een bijzondere selectiemethode, het zogenaamde afspiegelingsbeginsel.
Op grond van dit afspiegelingsbeginsel moeten alle werknemers met een zogenaamde uitwisselbare functie worden ingedeeld in vijf leeftijdsgroepen. De bedrijfseconomische ontslagen moeten zoveel mogelijk gelijkmatig verdeeld over de vijf leeftijdsgroepen plaatsvinden. U leest meer over het afspiegelingsbeginsel in dit artikel.
Dit beginsel speelt bij het ontslag van een directeur vaak geen rol, met name niet als er sprake is van een unieke functie. Als u de enige directeur bent binnen de onderneming, dan hoeft er niet afgespiegeld te worden.
3. Herplaatsing
Uw werkgever zal duidelijk moeten kunnen maken dat u niet overgeplaatst kunt worden of een andere functie kunt gaan vervullen zodat het ontslag voorkomen kan worden. De werkgever heeft namelijk de verplichting om zich in te spannen om het ontslag te voorkomen.
Maar ook hier geldt dat een herplaatsing voor een directiefunctie meestal onmogelijk is, met name als er sprake is van een relatief kleine organisatie. Als u hierover twijfelt, kunt u vrijblijvend contact opnemen met een van onze ontslagspecialisten.
Toestemming UWV Werkbedrijf of kantonrechter?
Als u statutair-directeur bent, kan uw werkgever (de aandeelhouder) uw arbeidsovereenkomst opzeggen zonder toestemming van het UWV Werkbedrijf of de kantonrechter. Bent u geen statutair-directeur, dan zal uw werkgever een ontslagaanvraag bij het UWV Werkbedrijf of bij de kantonrechter moeten indienen. Deze ontslaginstantie bepaalt dan of aan alle voorwaarden voldaan is.
Als u met uw werkgever overeenstemming bereikt over de voorwaarden waaronder uw ontslag zal plaatsvinden, hoeft er geen toetsing plaats te vinden door een ontslaginstantie. In dat geval spreekt men van ontslag met wederzijds goedvinden.