print

Kan een werkgever afwijken van het afspiegelingsbeginsel?

Alleen in drie specifieke gevallen kan een werkgever afwijken van het afspiegelingsbeginsel. Het gaat daarbij om de volgende situaties:

1. de onmisbare werknemer
2. de werknemer met de zwakke arbeidsmarktpositie
3. werkgevers met uitzend- of detacheringsactiviteiten

De onmisbare werknemer

Een werkgever kan het UWV Werkbedrijf verzoeken om een specifieke werknemer uit te zonderen van het afspiegelingsbeginsel omdat hij of zij voor het bedrijf moeilijk gemist kan worden.

Om te voorkomen dat werkgevers een te ruim beroep doen op deze uitzondering, moet er wel aan een aantal voorwaarden voldaan worden:

  • De werkgever moet aantonen dat de werknemer beschikt over bepaalde kennis en bekwaamheden waardoor hij moeilijk gemist kan worden.
  • De werkgever moet aantonen dat hij aan zijn werknemers ook specifieke eisen stelt qua kennis en bekwaamheden om een bepaalde functie te kunnen vervullen. De werkgever kan dit bijvoorbeeld aantonen aan de hand van functie-omschrijvingen.
  • Een beroep op deze uitzondering mag binnen de leeftijdsgroepen van 15 tot 25 jaar en 55 jaar en ouder niet leiden tot 10% méér ontslagen in deze groepen.

Een voorbeeld.

Een werkgever heeft vier productiemedewerkers in dienst: A, B, C en D. Zij hebben allemaal dezelfde functie-omschrijving. Er moet ten gevolge van een reorganisatie één medewerker ontslagen worden. Volgens het afspiegelingsbeginsel zou dit medewerker A. moeten zijn. Medewerker A. is echter als enige van de vier productiemedewerkers in het bezit van een chauffeursrijbewijs. Tijdens ziekte en afwezigheid van de vaste chauffeur verricht medewerker A. incidenteel chauffeurswerkzaamheden.

De werkgever kan waarschijnlijk met succes een beroep doen op de uitzondering van de onmisbare werknemer. In dat geval hoeft medewerker A. niet ontslagen te worden, maar moet de eerstvolgende medewerker voor ontslag worden voorgedragen.

De werknemer met de zwakke arbeidsmarktpositie

Het UWV Werkbedrijf kan een ontslagaanvraag afwijzen als het gaat om een werknemer die een zwakke arbeidsmarktpositie heeft. Ook kan een werkgever zelf het initiatief nemen door op deze uitzondering een beroep te doen.

Er is sprake van een zwakke arbeidsmarktpositie als de kans erg klein is dat de betreffende werknemer na het ontslag nog aan de slag zal komen. Denk bijvoorbeeld aan een laag opgeleide oudere werknemer met een arbeidshandicap.

Er kan overigens alleen een beroep op deze uitzondering worden gedaan als de volgende werknemer die in plaats van de uitzonderingswerknemer ontslagen moet worden geen zwakke arbeidsmarktpositie heeft.

Uitzondering voor werkgevers met uitzend- of detacheringsactiviteiten

De derde uitzondering op het afspiegelingsbeginsel staat bekend onder de naam: hardheidsclausule. Alleen werkgevers die werknemers bij opdrachtgevers laten werken kunnen hier een beroep op doen.

Een voorbeeld.

Stel dat een detacheringsbureau wil reorganiseren en een aantal werknemers wil ontslaan. Volgens het afspiegelingsbeginsel zou werknemer A. voor ontslag in aanmerking komen, maar werknemer A. is gedetacheerd bij opdrachtgever Z. De werkgever van A. stelt aan Z. voor dat werknemer B. in de plaats van A. verder aan de opdracht zal werken. Z. voelt hier niets voor en meldt de werkgever dat hij alleen met A. verder wil. In die situatie kan de werkgever zich beroepen op de hardheidsclausule en het UWV Werkbedrijf vragen om A. buiten beschouwing te laten.

Een werkgever die een beroep wil doen op deze uitzondering zal wel aannemelijk moeten kunnen maken dat hij een ‘ruilaanbod' aan de opdrachtgever heeft voorgesteld, maar dat deze dit aanbod niet wil accepteren.

« Terug naar overzicht artikelen