Hoe wordt een ontslagvergoeding berekend?
Een ontslagvergoeding of gouden handdruk wordt vaak berekend op basis van de zogenaamde kantonrechtersformule. Deze formule is eigenlijk een soort richtlijn die is opgesteld door de gezamenlijke kantonrechters in Nederland.
De kantonrechtersformule
De kantonrechtersformule is geen wet, maar wordt vrijwel door alle kantonrechters in Nederland gevolgd als het gaat om de vraag of een werknemer recht heeft op een ontslagvergoeding en zo ja, hoe hoog deze vergoeding moet zijn.
De kantonrechtersformule staat ook wel bekend als de ABC-formule. Het gaat namelijk om een vermenigvuldiging van drie elementen:
A (aantal gewogen dienstjaren) x B (maandelijkse beloning) x C (correctiefactor)
De uitkomst van deze vermenigvuldiging bepaalt in feite de hoogte van de ontslagvergoeding. Als u snel wilt berekenen wat de uitkomst van deze kantonrechtersformule is bij een van uw werknemers, dan kunt u gebruik maken van deze rekenmodule.
Aantal gewogen dienstjaren (A)
De factor A staat voor het aantal gewogen dienstjaren. Dit is dus niet hetzelfde als het aantal werkelijke dienstjaren van de werknemer. Afhankelijk van de leeftijd van de werknemer krijgen dienstjaren een lichtere of zwaardere weging.
Zo telt het aantal dienstjaren bij de werkgever doorgebracht:
- tot de 35-jarige leeftijd voor 0,5
- tussen de 35 en 45 jaar voor 1
- tussen de 45 en 55 jaar voor 1,5
- boven de 55 jaar voor 2
Gert is 57 jaar en heeft 31 jaar aaneengesloten voor dezelfde werkgever gewerkt. Er is in zijn situatie sprake van 33,5 gewogen dienstjaren:
- tot de leeftijd van 35: 9 x 0,5 = 4,5
- tussen de leeftijd van 35 en 45: 10 x 1 = 10
- tussen de leeftijd van 45 en 55: 10 x 1,5 = 15
- boven de leeftijd van 55: 2 x 2 = 4
Maandelijkse beloning (B)
De B-factor is gelijk aan de maandelijkse bruto beloning van de werknemer. Het gaat dan om het vaste bruto maandinkomen inclusief vakantietoeslag en een eventuele dertiende maand, structurele overwerkvergoeding en vaste (ploegen)toeslag.
Zaken als een lease-auto, werkgeversdeel pensioenpremie, onkostenvergoeding, bijdrage in de zorgverzekering maken geen deel uit van deze B-factor.
Als er sprake is van een variabel inkomen (denk aan provisie of bonussen) dan is er vaak discussie over de vraag of dit deel van het inkomen meegeteld moet worden bij de B-factor. In de praktijk wordt bij een regelmatig terugkerende variabele beloning nog wel eens uitgegaan van het gemiddelde van deze beloning over de laatste drie of vijf jaren.
Correctiefactor (C)
Met de correctiefactor kan meegewogen worden of een ontslagsituatie meer aan u (correctiefactor hoger) of meer aan de werknemer (correctiefactor lager) te wijten is.
Als er sprake is van een neutrale situatie, dan staat deze factor vaak op 1. Denk bijvoorbeeld aan een bedrijfseconomisch ontslag waarbij een werknemer op grond van een juiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel zijn baan verliest. Als er verder geen bijzondere omstandigheden zijn, dan zal het uitgangspunt zijn dat er een correctiefactor van 1 wordt gehanteerd.
Een werknemer die zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen, kan geconfronteerd worden met een correctiefactor van 0. Hij krijgt in dat geval dus geen enkele ontslagvergoeding. Als een werkgever in overwegende mate een verwijt valt te maken van het ontslag, dan kan een rechter tot het oordeel komen dat een correctiefactor van 1,5 of 2 op zijn plaats is.
Er is in principe geen absolute bovengrens aan een correctiefactor. Er zijn in de rechtspraak gevallen bekend van factor 4 of 5 , al komen die zeer zelden voor. In de meeste gevallen bevindt de correctiefactor zich in een bandbreedte tussen 0 en 2.