Wanneer is een werknemer verwijtbaar werkloos?
Sinds 1 oktober 2006 zijn de regels rondom verwijtbare werkloosheid behoorlijk versoepeld. Zo is een werknemer niet meer verwijtbaar werkloos als hij instemt met een beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst op initiatief van zijn werkgever.
Het is daarbij wel van belang dat alle afspraken rondom deze beëindiging op een goede manier zijn vastgelegd in een zogenaamde beëindigingsovereenkomst.
Verwijtbare werkloosheid
Volgens de huidige regels is een werknemer verwijtbaar werkloos (en heeft hij dus geen recht op een WW-uitkering) als:
1.
De werknemer zich ernstig misdragen heeft. Het gaat dan meestal om een situatie van ontslag op staande voet. Als hij bijvoorbeeld gestolen heeft of de werknemer heeft collega's of leidinggevenden bedreigd, zal er in het algemeen geen recht zijn op WW.
Een werknemer die ontslagen wordt vanwege onvoldoende functioneren, zal in het algemeen gewoon in aanmerking komen voor een WW-uitkering.
2.
De werknemer heeft zelf ontslag genomen zonder dat hiervoor een zwaarwichtige reden was. Het UWV zal in het algemeen niet snel accepteren dat er een zwaarwichtige reden voor de werknemer was om de arbeidsovereenkomst zelf op te zeggen.
Is een werknemer verwijtbaar werkloos als hij een andere baan accepteert?
Als een werknemer zijn arbeidsovereenkomst opzegt om bij een nieuwe werkgever aan de slag te gaan, dan loopt hij gedurende een half jaar het risico om bij ontslag geen WW-uitkering te ontvangen.
Het UWV zal namelijk controleren wat het vooruitzicht van de werknemer was op het moment dat hij de nieuwe baan accepteerde. Als hij er op het moment van het overstappen naar een nieuwe werkgever op mocht vertrouwen dat hij minimaal voor een half jaar aan het werk kon blijven, dan blijft hij gewoon recht op WW behouden. Ook als hij onverhoopt binnen een half jaar bij de nieuwe werkgever ontslagen wordt.