print
Als u snel wilt berekenen hoe lang de WW-uitkering maximaal duurt, dan kunt u ook gebruik maken van deze rekenmodule.
Basisuitkering
Een werknemer, die voldoet aan de zogenaamde wekeneis, heeft in elk geval recht op de basisuitkering gedurende drie maanden. De wekeneis houdt in dat de werknemer in de afgelopen 36 weken minimaal 26 weken gewerkt moet hebben.
Voldoet de werknemer niet aan de wekeneis, dan heeft hij geen recht op WW. Hij komt dan mogelijk in aanmerking voor een bijstandsuitkering.
Jareneis
Als de werknemer naast de wekeneis ook voldoet aan de zogenaamde jareneis, dan heeft hij recht op een verlengde WW-uitkering. Deze jareneis staat ook wel bekend als de 4-uit-5-jaren eis.
Het gaat er bij deze eis om dat de werknemer in de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van zijn werkloosheid gedurende minimaal vier jaren tenminste over 52 dagen loon moet hebben ontvangen.
In bepaalde gevallen tellen ook (delen van) jaren mee waarbij de werknemer geen loon heeft ontvangen, maar hij wel voor jonge kinderen zorgde. Ook tellen soms jaren van arbeidsongeschiktheid mee.
Arbeidsverleden
Als de werknemer voldoet aan de jareneis, dan is zijn maximale WW-uitkering in maanden gelijk aan zijn arbeidsverleden in jaren. Dus als zijn arbeidsverleden 10 jaar bedraagt, dan heeft hij recht op een WW-uitkering van maximaal 10 maanden.
Voor de WW geldt een bijzondere definitie van het begrip ‘arbeidsverleden'. Het totale arbeidsverleden voor de WW is een optelsom van het ‘fictieve arbeidsverleden' en het ‘feitelijke arbeidsverleden'.
Het fictieve arbeidsverleden bestaat uit de periode vanaf het jaar dat de werknemer de 18-jarige leeftijd bereikte tot aan 1998. Om het fictieve arbeidsverleden te berekenen kunt u gebruik maken van de volgende formule:
Fictief arbeidsverleden = 1998 - [geboortejaar werknemer] - 18.
Het feitelijke arbeidsverleden is gelijk aan het aantal jaren dat de werknemer vanaf 1 januari 1998 gewerkt heeft tot en met het jaar voorafgaand aan het jaar van het ontslag. Elk jaar waarin de werknemer minimaal 52 dagen loon ontvangen heeft, telt mee.
De optelsom van het fictieve arbeidsverleden en het feitelijke arbeidsverleden is het totale arbeidsverleden. De lengte van dit totale arbeidsverleden in jaren is gelijk aan de WW-uitkering in maanden.
Een voorbeeld.
Mark Witte is geboren in 1976. Hij wordt ontslagen in 2010. Hij heeft vanaf 1997 onafgebroken bij een werkgever gewerkt.
Mark voldoet aan de wekeneis. Ook voldoet hij aan de jareneis. Zijn arbeidsverleden bestaat uit een fictief en een feitelijk deel. Zij fictieve arbeidsverleden = 1998 - 1976 - 18 = 4 jaar. Zijn feitelijke arbeidsverleden is 12 jaar, namelijk de jaren 1998 tot en met 2009. Het totale arbeidsverleden van Mark bedraagt dus 4 + 12 = 16 jaar. Zijn maximale WW-uitkering is dus 16 maanden.
Hoe lang duurt de WW-uitkering
De WW-uitkering bestaat in feite uit twee delen. De basisuitkering duurt drie maanden. De verlengde uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden van de werknemer. In totaal kan de WW-uitkering maximaal 38 maanden duren.Als u snel wilt berekenen hoe lang de WW-uitkering maximaal duurt, dan kunt u ook gebruik maken van deze rekenmodule.
Basisuitkering
Een werknemer, die voldoet aan de zogenaamde wekeneis, heeft in elk geval recht op de basisuitkering gedurende drie maanden. De wekeneis houdt in dat de werknemer in de afgelopen 36 weken minimaal 26 weken gewerkt moet hebben.
Voldoet de werknemer niet aan de wekeneis, dan heeft hij geen recht op WW. Hij komt dan mogelijk in aanmerking voor een bijstandsuitkering.
Jareneis
Als de werknemer naast de wekeneis ook voldoet aan de zogenaamde jareneis, dan heeft hij recht op een verlengde WW-uitkering. Deze jareneis staat ook wel bekend als de 4-uit-5-jaren eis.
Het gaat er bij deze eis om dat de werknemer in de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van zijn werkloosheid gedurende minimaal vier jaren tenminste over 52 dagen loon moet hebben ontvangen.
In bepaalde gevallen tellen ook (delen van) jaren mee waarbij de werknemer geen loon heeft ontvangen, maar hij wel voor jonge kinderen zorgde. Ook tellen soms jaren van arbeidsongeschiktheid mee.
Arbeidsverleden
Als de werknemer voldoet aan de jareneis, dan is zijn maximale WW-uitkering in maanden gelijk aan zijn arbeidsverleden in jaren. Dus als zijn arbeidsverleden 10 jaar bedraagt, dan heeft hij recht op een WW-uitkering van maximaal 10 maanden.
Voor de WW geldt een bijzondere definitie van het begrip ‘arbeidsverleden'. Het totale arbeidsverleden voor de WW is een optelsom van het ‘fictieve arbeidsverleden' en het ‘feitelijke arbeidsverleden'.
Het fictieve arbeidsverleden bestaat uit de periode vanaf het jaar dat de werknemer de 18-jarige leeftijd bereikte tot aan 1998. Om het fictieve arbeidsverleden te berekenen kunt u gebruik maken van de volgende formule:
Fictief arbeidsverleden = 1998 - [geboortejaar werknemer] - 18.
Het feitelijke arbeidsverleden is gelijk aan het aantal jaren dat de werknemer vanaf 1 januari 1998 gewerkt heeft tot en met het jaar voorafgaand aan het jaar van het ontslag. Elk jaar waarin de werknemer minimaal 52 dagen loon ontvangen heeft, telt mee.
De optelsom van het fictieve arbeidsverleden en het feitelijke arbeidsverleden is het totale arbeidsverleden. De lengte van dit totale arbeidsverleden in jaren is gelijk aan de WW-uitkering in maanden.
Een voorbeeld.
Mark Witte is geboren in 1976. Hij wordt ontslagen in 2010. Hij heeft vanaf 1997 onafgebroken bij een werkgever gewerkt.
Mark voldoet aan de wekeneis. Ook voldoet hij aan de jareneis. Zijn arbeidsverleden bestaat uit een fictief en een feitelijk deel. Zij fictieve arbeidsverleden = 1998 - 1976 - 18 = 4 jaar. Zijn feitelijke arbeidsverleden is 12 jaar, namelijk de jaren 1998 tot en met 2009. Het totale arbeidsverleden van Mark bedraagt dus 4 + 12 = 16 jaar. Zijn maximale WW-uitkering is dus 16 maanden.