print

Wat is een fictieve opzegtermijn?

Een fictieve opzegtermijn is, zoals het woord al aangeeft, geen echte opzegtermijn. Het is de termijn die het UWV in acht neemt bij het bepalen van de ingangsdatum van uw WW-uitkering.

Bij ontslag met wederzijds goedvinden is er geen sprake van opzegging van uw arbeidsovereenkomst. U spreekt met uw werkgever een datum af waarop uw arbeidsovereenkomst zal eindigen. Deze datum kan bij wijze van spreken vandaag zijn.

Het UWV wil echter dat u met uw werkgever wel rekening houdt met de opzegtermijn bij het bepalen van een einddatum van uw dienstverband. Als u deze termijn, de zogenaamde fictieve opzegtermijn, niet in acht neemt, dan zal het UWV deze termijn alsnog als wachttermijn in acht nemen en komt u pas later in aanmerking voor een WW-uitkering.

Een voorbeeld.

Matthijs de Bruin komt op 20 augustus met zijn werkgever overeen dat zijn arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden zal eindigen per 1 september. Volgens de arbeidsovereenkomst zou de werkgever normaal gesproken een opzegtermijn van een maand in acht moeten nemen. In dat geval zou, gerekend vanaf 20 augustus, de arbeidsovereenkomst van Matthijs pas op 1 oktober geëindigd zijn. Als Matthijs zich op 1 september bij het UWV meldt, zal hem verteld worden dat hij pas per 1 oktober voor een WW-uitkering in aanmerking komt.

Als u dus direct na uw ontslagdatum in aanmerking wilt komen voor een WW-uitkering, is het van belang om bij het bepalen van uw ontslagdatum rekening te houden met deze fictieve opzegtermijn. De fictieve opzegtermijn is dus gelijk aan de opzegtermijn die de werkgever normaal gesproken in acht had moeten nemen als hij uw dienstverband zou willen opzeggen.

Als de fictieve opzegtermijn twee maanden of meer bedraagt, kan de termijn met één maand verkort worden door gebruik te maken van een pro forma procedure.

Het UWV hanteert geen fictieve opzegtermijn als u bij uw ontslag geen ontslagvergoeding of andere vergoeding (denk bijvoorbeeld aan outplacement) ontvangt.

« Terug naar overzicht artikelen