Wanneer is er sprake van bedrijfseconomisch ontslag?
Er is sprake van bedrijfseconomisch ontslag als het ontslag het gevolg is van een verliesgevende situatie bij de werkgever, een forse omzetdaling, verlies van klanten, maar ook bij een bedrijfsverhuizing of bij outsourcing van werkzaamheden.
Klassieke bedrijfseconomische reden: verliesgevende situatie bij werkgever
Meestal gaat het bij bedrijfseconomisch ontslag om de situatie waarbij de werkgever zich vanwege financiële resultaten gedwongen voelt om een of meer medewerkers te ontslaan. Er wordt bijvoorbeeld verlies geleden, de omzet daalt fors of er is een grote klant verloren gegaan.
Maar het begrip bedrijfseconomisch ontslag is ruimer. Eigenlijk alle ontslagredenen die geen betrekking hebben op het functioneren of de houding van de werknemer zelf, vallen onder het begrip bedrijfseconomische reden. Denk bijvoorbeeld aan:
- technologische veranderingen waardoor de organisatie verandert
- een (gedeeltelijke) bedrijfsbeëindiging of outsourcing van werkzaamheden
- een verhuizing van de onderneming
- werkvermindering
- verlies van subsidie
Uiteraard moet de kantonrechter of het UWV Werkbedrijf uiteindelijk beoordelen of de door de werkgever aangevoerde reden zwaarwegend genoeg is. Maar houd er rekening mee dat beide ontslaginstanties in het algemeen slechts marginaal toetsen of er sprake is van een bedrijfseconomische reden. Dit houdt in dat de werkgever een grote mate van vrijheid heeft om te bepalen hoe hij zijn organisatie wil inrichten en welke functies hij daarvoor nodig denkt te hebben.
Een voorbeeld.
Erik van den Brink is werkzaam als makelaar bij een middelgroot makelaarskantoor in Amsterdam. Zijn werkgever ziet de omzet teruglopen en besluit om voor vijf van de twintig makelaars bedrijfseconomisch ontslag aan te vragen. Erik wordt ook voor ontslag voorgedragen.
Volgens Erik zou de werkgever ook kunnen volstaan met het ontslag van slechts twee makelaars. Dit verweer heeft weinig kans van slagen. Op zich mag een werkgever zelf bepalen hoe hij zijn organisatie inricht en met hoeveel mensen hij zijn bedrijfsactiviteiten wil uitvoeren.
Bedrijfseconomische reden wordt slechts marginaal getoetst
Een kantonrechter of het UWV Werkbedrijf gaat dus niet snel ‘op de stoel van de werkgever zitten'. Als de werkgever echter niet in staat is om op verantwoorde wijze inzicht te verschaffen in zijn aanpak, zal de ontslaginstantie wel kunnen besluiten om de ontslagaanvraag wegens gebrek aan een bedrijfseconomische reden af te wijzen.
Uw werkgever heeft dus een redelijke mate van vrijheid om te bepalen of en hoe hij een reorganisatie wil doorvoeren. Dat wil natuurlijk nog niet zeggen dat hij zelf kan bepalen wie er wel en wie er niet voor ontslag wordt voorgedragen. Daarvoor zal uw werkgever in principe de regels van het afspiegelingsbeginsel moeten volgen. Hoewel deze regels zijn opgesteld voor ontslagaanvragen via het UWV Werkbedrijf, hanteren ook de meeste kantonrechters deze bijzondere selectiemethode.